Hoofdtekst
J.G.: In Tongeren was ook een hond he, met een ketting rond zijnen hals. Die was dus ergens uitgebroken en die liep rond met zo een ketting en, euh, men aanzag die hond omdat dat een zwarte hond was, he. Want vroeger was een wolf, ne weerwolf, maar de wolf was uitgeroeid in onze streken, er waren geen wolven meer en toen ging dat over op een zwarte hond. En waar die hond zich op een dorpel van een huis neerzette, daar zou dus iemand binnen de vierentwintig uur overlijden. Die hond was dus in feite een echte onheilsbode. Ge kunt hem niet echt ne weerwolf noemen.
Onderwerp
SINSAG 0486 - Andere Todesvorzeichen.   
Beschrijving
In Tongeren liep een hond rond met een ketting rond zijn nek. Als die hond op de dorpel van een huis ging zitten, dan zou in dat huis binnen vierentwintig uur iemand sterven.
Bron
G. Verdickt, Leuven, 2002
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (zuiden)
T7
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tongeren   
Plaats van Handelen
Tongeren   

