Hoofdtekst
Van oeke een jaar of vijftien, zestien wos, wos ik in ’n slachterij in Komen, en kwam ne keer thuis nen avond en min vader zegt: "Jongen, je zoudt nek ere moeten kieken naar Robaaisens, z’hèn daar e schoon kolf, en ‘k zoud we kopen, ge moet er ton maar ne keer joen gedacht van zeggen." En ik daar naar toe deur de Nattebus. Maar ‘k wos der nog geen 10 min. In of ’t schoffelt (haastig bewegen) daar ommettekeer entwodde voor mij oe zwaaien, en met de slag wist ik niet meer waar da’k wos, en ‘k hè daar osteblief de gehele nacht in diene bus rondgetjoold (rondgedwaald) en ’t wos maar met de klaren da’k mine weug weregevonden hè.
Beschrijving
Een jongen uit Zandvoorde werkte in een slachterij in Komen. Op een avond moest de jongen voor zijn vader op pad om op een boerderij naar een kalf te gaan kijken. De jongen ging door Nattebus. Op zeker ogenblik zag de jongen vóór zich iets zwaaien. Even later kon hij zich niet meer oriënteren, waardoor hij de hele nacht in het bos moest blijven ronddolen.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (ieper)
25
1901 of 1902
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zandvoorde   
Plaats van Handelen
Nattebus   
Zandvoorde   
Komen   
