Hoofdtekst
Ze hadden gestolen in Klein-Gelemen een nach(t) - Noë en zijn ben(de) - en ze waren door Heks gekomen, en doa stond ene mins, den aa kantonnier, die stond a(ch)ter ene brier (= barrière) een pijp te roken. Wei de ben(de) doorkwam zei ene: 'hier is rook! rook iemand van o(n)s mannen?' Mè doa rookte gene. Toen zei die 'dan rook(t) ook ene in 't ron (= in de omtrek)!' mè ze zijn toch doorgegaan, ze hebben de kantonnier nie gezien. Toen hadden ze in Klein-Geleme (sic) de heel nach(t) gestolen bij de notaris.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Op een nacht ging de bende van Noë inbreken bij de notaris in Klein-Gelmen. Toen de rovers in Heks waren, zagen ze niet dat er een kantonnier bij de slagboom een pijp stond te roken. Eén van de rovers sprak: "Hier is rook! Rookt er iemand van ons, mannen? Anders staat er hier iemand in de buurt te roken". Omdat het donker was, zagen ze de kantonnier echter niet en gingen verder.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (tongeren en omstreken)
1132
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Noë   
Naam Locatie in Tekst
Heks   
Plaats van Handelen
Klein Gelmen   
