Hoofdtekst
Peetje Knikkers. Peetje Knikkers staat ginder in de kasteelhof, dat is alzo nen bruine peetie, ze zeggen dat het ne gestrafte pater is. In den tijd moesten de schippers die passeerden, ne keer bij den eremijt gaan en ze smeten hem dan brood en geld. Vaneigens dat de domestieken van het kasteel daarop geslepen waren en ze kropen achter peetje Knikkers en iedere keer dat er nen schipper iets kwam smijten gaven ze zijne kop nen duw met ne stok en hij knikte dan. En in den tijd geloofden die mensen daar dan aan, want dat geld was altijd weg — maar dat waren die domestieken, en dat brood wierd opgegeten door de ratten. — Telkens als er op het kasteel een nieuwe maarte kwam moest ze tussen donkeren en klaren nen goêndag gaan zeggen aan peetje Knikkers, en ze moest daar haar biecht ook gaan spreken van de domestieken en zij zaten daarachter en deden peetje Knikkers van ja en van neen knikken en daarachter hadden ze van eigens leute.
Beschrijving
Op het kasteelhof stond het standbeeld van Peetje Knikkers. Men zei dat hij een gestrafte pater was. De schippers moesten vroeger brood en geld offeren aan dat beeld. De knechten van het kasteel kropen vaak achter dat beeld en knikten met zijn hoofd wanneer men er brood of geld had gelegd. Het geld werd natuurlijk weggenomen door de knechten en het brood werd opgegeten door de ratten. Wanneer er op het kasteel een nieuwe meid was, moest ze het beeld gaan groeten en er gaan biechten. Bij het horen van de bekentenissen hadden de knechten veel plezier.
Bron
S. Bohez, Leuven, 1956
Commentaar
4. Historische sagen
oost-vlaams (tussen leie en schelde)
484
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Peetje Knikkers   
Naam Locatie in Tekst
Petegem   
