Hoofdtekst
Beschrijving
In de struiken zette men soms een uitgeholde biet of raap waarin men een kaarsje had gezet. Voorbijgangers dachten dan dat het een mensenhoofd was en liepen bang weg.
Bron
M.-J. Deraemaeker, Leuven, 1977
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
brabants (zuid-west)
26B
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bellingen   

