Hoofdtekst
Mijn vader heet dat nog verteld dat er ip een hof een Dutske Skoaper was in Izegem. En ze meugen zijder straf verre weunen, ze zijn in nen korten tijd thus. En ’t was ne vint die vroeg om met hem mee te gaan. En de skoaper zei van ja, maar dat ne niet mochte ommekijken. En ze reden zij op een geit, en die vint keek omme en je viel dervan.
Beschrijving
Op een boerderij in Izegem werkte een Duitsche schaper die in een mum van tijd thuis geraakte. Toen een man vroeg om mee te gaan, stemde de Duitse schaper toe op voorwaarde dat de man niet achterom zou kijken. De man vloog samen met de schaper op een geit naar huis. Omdat de man tegen beter weten in toch achterom had gekeken, viel hij echter op de grond.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tielt en izegem)
41
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Izegem   
Plaats van Handelen
Izegem   
