Hoofdtekst
Mijne vader zaliger hèeft mech dat verteld. Dat was in Martenslinde op een plaats. Dat was man en wijf en de zuster van het wijf. De jong koom altijd zo om 12 uren 's nachts in. Er gong zo lang kaarten. En dan zag er altijd in de stel (stallen) een vrouw. En er zei: 'Maar moeder, wat doet ger toch altijd zo laat in de stel.' Maar zijn moeder was nie in de stellen, en toen zegden ze dat eens tegen ene pater, die mensen. 'Ja, zei de pater, dan moet ger eens opletten as het 's nachts 12 uren is.' En ze moesten vragen wat dat h'r begeerte was. Ze deden dat en toen vroeg ze ene bedevaart naar Scherpenheuvel te water en te brood. En toen kreeg die jong dat geld dat onder in de schouw stak. Dat had die vrouw vurtgestoken (weg) en daarom moest ze terugkomen tot ze verlost was. Maar op den dag van vandaag komen ze nie meer terug. De graven zijn gewijd. En vader zei nie wat nie waar was joste (hoort ge). Er wol niet zeggen wie die familie was - nog nie tegen moeder -. Die was nog nie uitgeroeid.
Onderwerp
SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.   
SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   
Beschrijving
Een jongen die elke avond ging kaarten, kwam meestal omstreeks middernacht thuis. In de stal zag de jongen altijd het spook van zijn moeder verschijnen. Op aanraden van een pater vroeg de jongen op een nacht wat het spook wilde. Daarop antwoordde de geest: "Een bedevaart naar Scherpenheuvel op water en brood". Daarna kreeg de jongen het geld dat de vrouw in de schoorsteen had verborgen.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (bilzen)
192
Vader van de informant
fabulaat
De informant voegde er aan toe dat spoken niet meer bestonden sinds de graven van de doden werden gewijd.
Naam Locatie in Tekst
Martenslinde   
Plaats van Handelen
Scherpenheuvel   
