Hoofdtekst
Beschrijving
Een man die in een bakhuis woonde, zat ’s avonds in een toverboek te lezen. De man hield zijn handen naast zijn boek. Op zeker ogenblik hingen zijn handen vol gouden ringen en zilveren armbanden en rond zijn hals hingen zware gouden kettingen. Toen de man even later een blad van zijn boek omdraaide, waren de juwelen verdwenen.
Bron
W. Van Hoof, Leuven, 1963
Commentaar
2.3 Toverboeken
antwerps (heist-op-den-berg en omgeving)
371
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Berlaar   
