Hoofdtekst
Als de mensen vroeger hout vandoen hadden dan gingen ze dat in de bossen pikken. Gewoonlijk ging dan ene - dan gingen ze met een man of twee, drie - en daar was altijd ene die vooropging en die bad een rozenhoedje om dat stelen goed te maken. Zo waren er eens twee die met dennen uit de bos gedragen kwamen, ook die ze gepikt hadden. En ineens stonden ze in een kudde schapen en die schapen liepen zo tegen hen op en langs hen door en ze voelden die schapen niet tegen hen aan. En die hun dennen laten vallen en lopen al wat ze geven konden. Dat was ook iets raar, wat dat juist geweest is weet ik niet, zo vertelden ze me dat.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Enkele mannen gingen 's nachts wat hout stelen in het bos. Eén van de mannen bad een rozenhoedje opdat God de diefstal zou vergeven. Opeens werden de mannen omgeven door een kudde schapen die ze niet voelden wanneer ze er tegenaan liepen. Snel lieten de dieven hun dennenbomen vallen en vluchtten naar huis.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
midden-limburgs
b
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hasselt   
