Hoofdtekst
Bakelandt dat wos e bende. Ik èn nog hoord datten bij e notaris ging en die notaris wos gewapend. Enne zegt tegen dien notaris: "Ej nog van Bakelandt hoord?" "Jaa’k", zegten, "’k èn dor nog van hoord." "Je zoe moeten overvollen zijn van Bakelandt, wuk zoej doen?" vroegten. "Mij verdedigen", zeiten, "’k èn hier mijn wapens enne zoed olleszins niet levend uutkommen!" "Ewel", zegten, "’k zijn ik Bakelandt en je meugt hier geen voet meer verroeren en je moet olles daj in je bezit et ofgeven." En z’otten hoorde dat dat Bakelandt wos, e man die met nieten inzat, enne wos verplicht van olles of te geven. Enne mochte niet zeggen van wien datten gattakeerd geweest wos of ne ging verder achtervolgd zijn. Dat is de vertellinge wè.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Op een dag pleegde Bakelandt een inbraak bij een notaris. De bendeleider vroeg aan de notaris: "Heb jij al van een zekere Bakelandt gehoord? Wat zou je doen als je door hem werd overvallen?" Daarop antwoordde de notaris: "Ik zou mij verdedigen! Ik heb hier wapens, waardoor die Bakelandt het er in ieder geval niet levend zou van af brengen!" Daarop antwoordde Bakelandt: "Wel, ik ben Bakelandt. Je mag geen voet meer verzetten en je moet al je bezittingen aan mij geven". De notaris mocht niet voortvertellen door wie hij was overvallen, want anders zou de bende achter hem aan komen.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
135A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Merkem   
