Hoofdtekst
Toverij, dat is met de boeken dat ze dat doen. Van joengens (kinderen) die betoverd waren. Als ik wunde in mijn ander huis, ‘k hadde een zeune die ziek was en alle nachten ten twaalven, ’t kwam een lichtje boven ’t bedde en de paster heeft gekommen en alzo gauwe of dat de paster gekommen heeft, ’t en heeft geen lichtje meer gekommen, en de maladie heeft toen ook gebeterd.
Beschrijving
Een vrouw wiens zoon ziek was, zag iedere nacht omstreeks twaalf uur een lichtje boven het bed. De vrouw liet de pastoor komen. Zodra de geestelijke daar was, verdween het lichtje voorgoed. De zoon is daarna snel genezen.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (franse grens)
441
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Herzele   
