Hoofdtekst
Doa ging ene stiel(en) halen op enen avond, doa a(ch)ter aan ene boom, een wai (= wilg). Opeens voelter iet wärm blazen aan zijn oor, hij kik om en toen staat doa een zwatte bees(t) zo hoog! voor hem, met ogen van wel vijftien centimeters diameter! heel grün! Die bees(t) volgde hem den helen tijd. Aan 't kapelleke op de bereg, ene bliksem en 't was weg! Mè die he(ef)t vjotein doas (= veertiendagen) lang pijn aan zijne kop gehad!
Onderwerp
SINSAG 0805 - Werwolf in Hundesgestalt als Begleiter (verrädt sich am folgenden Tag).   
Beschrijving
Een man die 's avonds wilgentakken ging halen, merkte tot zijn grote schrik dat hij werd achtervolgd door een grote zwarte hond met groene ogen van wel vijftien centimeter diameter. Toen de man bij het kapelletje was, zag hij een bliksemschicht in de lucht. Op dat ogenblik was het beest verdwenen. De man heeft daarna nog twee weken lang hoofdpijn gehad.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (tongeren en omstreken)
R21
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rutten   
