Hoofdtekst
X: En ze zeggen daar ook iets over de processie, dat ze niet meer zullen nalaten van uit te gaan, dat ze altijd uit moeten gaan. Hé, als het regent gaan ze alleen uit met het beeld zeker?18: Ja, maar eigenlijk, ik heb nog gehoord, juffrouw – maar ik geloof dat allemaal niet, hoor, ik ga het zeggen, maar ik geloof het niet – ik heb nog gehoord dat de processie uitging eh… dat … dat het erg regende op een donkere ommegangszaterdag, en omdat het zo regende, ja, het zijn allemaal mooie kostuums hé, de processie ging niet uit, in het geheel niet. Maar ’s anderendaags, toen ze O.-L.-Vrouw zagen op haar troon, had ze een modder … een modderband aan haar mantel. Het was allemaal in modder. Zo, dat is iets dat bijna niet kan bestaan hé, maar ze zeiden toch. Maar ja, als ze spreken van mirakels, dat is een mirakel hé.X: Ja.18: Ja, dat heb ik nog gehoord, juffrouw. Maar ja, dat ze … ja, ze zouden misschien als het nu zou regenen, alleen uitgaan met O.-L.-Vrouw, omdat er niets meer zou gebeuren hé. Ah ja, ik weet het niet hoor.
Onderwerp
SINSAG 0191 - Der Meineid   
Beschrijving
Op een regenachtige zaterdag kon de Sint-Jansprocessie niet plaatsvinden. De volgende dag zag men dat het beeld van Onze Lieve Vrouw besmeurd was met modder.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
5. Sagen - Legenden
west-vlaams (poperinge)
18E
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Sint-Jansprocessie (Poperinge)   
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
