Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JVENK0252_0253_10339 - Kwade hand aan vrouw

Een sage (mondeling), 1968

Hoofdtekst

Ik geloofde daar vroeger ook niet aan. Maar daar kwam ene man en die zei: "M’n vrouw wordt zo mager als ene graat, en dao komt altijd iets vroem en dat klopt op de muur, en da roept". Die man gong werken alle dage met de bus, om halver vijf vertrok die. Ich zeg: "Dan moetde ge gaan, dat ge doet dat ge buite gaat en kom dan vroem binnen en gao bij heur slaope". Hij was nog geen vijf minute buite, zij klopte op de muur en zij riep. Maa ja, die man vertelde dat tege mij. Ich zeg: "Ja, wette wat ge dan moet doen? Dan moet ge naar het Tongers klooster gaan". Die mens waar ik dat tege vertelde die was daar nog voor gewees voor zo’n fars."Frans, zèdde daar oets gewies?" Ik zeg: "Nee, dat is het ierste dat ik tegekom". "Awel", zeit hem, "ik zal het op mij pakke. Maa ik zeg u nog: ge zult onderwege moete van uwe velo gaon, en as ge vroem komt dan zulde zwiete dat uw hande zo zjus of ze in ’t water gestoke zijn." Maa ik lachde daa ook mee, maa ik ree toch mee. Nu moeste we zout en water meeneme van Tongere. En die pater die zei zelf, dat was van onder in de kelder, da stonde van alle livreie zjus lijk in de kerk. "Ge moet dao toch niet aan geluve" zèt hem. Maa hij gaf e beeldeke mee. "Dat moet gij nege dage leze." En hij presenteerde da waoter. "Ik zou ze gere zien" zei hem. En dat was zjus lijk ene cinema, zo kome die achtereen af. "Kende ze", zaet hem. "Ja", zaet hem, "die is het". As ik nu naar huis gong, zwiete, van m’ne velo af, m’n han, dat was zjus of wen ik die in ene iemer water gestoken had, zo lekte dat daaruit. Maa da was goe. ’s Anderendaags pakte ikik heiligdom en legde dat over het pad, en daar kan ze niet over. Maa dan zette ik me ginder op ene kant en dan legde ik het een vijftig meters van me af over die weg. "Ik weet toch nie wat ik hem" zei ze zo in haar eige, "ik kan der nie deur, ik moet vroem." Maar ik liet het liggen. Dan, kort van datum kwam ze weer af. "Het gao maar toch niet. Ik kan er nie deur" zei ze. Ik zeg: "Allez, kom voerts. Wat is me dan nu?" Ik kende ze goe, ze moes naor de winkel gaon. Ik zeg: "Het zal wel gemakkelijk gaan". "Het ga niet, Frans" zei ze. Ik zeg: "Allez dan". Maa ze gong vroem naar huis. Ik pakde het heiligdom op en stak het in m’n zakke. Ze kwam weer vroem. "Hoe dat komt weet ik niet, ik kan weer deur" zei ze. Ik zeg: "Kunde deur?" "Ja" zei ze. Toen is ze deurgegaan naar de winkel.

Onderwerp

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Een man hoorde altijd geklop op de muur van zijn huis. Omdat zijn vrouw graatmager werd, besloot de man samen met een vriend naar het klooster van Tongerlo te gaan. De pater gaf wijwater en een bidprentje en hij droeg de man op om het gebed negen dagen achter elkaar te bidden. Toen de man vertelde dat hij de heks eens graag zou zien, verscheen de toverkol. De volgende dag legde de vriend van de man heiligdom langs de weg. Even later kwam de heks voorbij om naar de winkel te gaan. Ze moest echter terugkeren omdat ze niet over het heiligdom kon. Zodra de man het heiligdom had weggenomen, kon de heks naar de winkel.

Bron

J. Venken, Leuven, 1968

Commentaar

2.1 Heksen
limburgs (maasvallei)
252
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Maaseik    Maaseik