Hoofdtekst
StabroekDa was ne zatlap. Maar wien da just gewist is weet ik nie. Die zijn broek was bevrozen aan ze lijf. En hij schoot z'uit te midden van de straat. "Sta broek!" zei ie en die broek die bleef staan. En dan schoot ie ze terug aan. Da's lang geleien. Da's lang veur mijnen tijd.
Beschrijving
Een dronkaard wiens broek was vastgevroren, trok de broek uit in het midden van de straat en zei: "Sta, broek!" De broek bleef staan. Daarna trok de dronkaard ze weer aan.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
6. Sagen - Sprookjes
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
478
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lillo   
Plaats van Handelen
Stabroek   
