Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JASPE0103_0103_11713 - Plaaggeest trekt man tot drie maal in 't water

Een sage (mondeling), 1958

Hoofdtekst

M’n grootvader vertelde, ’t was een keer een dronkaard, dat was ook een knecht hier bij de boeren en m’n grootvader had met hem gekaart in een stammené (herberg), maar die vent was stijf (erg) dronke, die knecht. Zegt m’n grootvader, en je gaat gieder (gij) nooit op ’t hof geraken, je zijt veel te dronke, “me gaan ’t gaan zien zegten onk (of ik) er niet gaan geraken.” Je moest over een lège (brede gracht met brug) voor naar die hofstee te gaan. Je wierd hij van die brugge geslegen in ’t water en je (hij) was rechtuit (dadelijk) nuchter, maar z’haalden hem uit en je vloog ter weer in, drie keers (keren) weg en weer, maar je zag niemand. ’t Was een vrouwmens d’r bij en aan haar deden ze niets. En ‘k heb ik dat altijd horen vertellen in den ouden tijd.

Beschrijving

Een man sprak tot een dronkaard met wie hij had zitten kaarten: "In die toestand zal jij nooit thuis geraken!" Toen de dronkaard naar huis ging, moest hij over een brede gracht. Op de brug werd de dronkaard tot driemaal toe in het water geslagen, hoewel er niets te zien was. De vrouw die de dronkaard begeleidde, liet men met rust.

Bron

J. Aspeslagh, Leuven, 1958

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
65
Grootvader van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Oostende    Oostende