Hoofdtekst
De minsen zaagten hai altaid dat Smikse e raar mènneke was en dat hij met de duuvel eumgoenk. Hij hoa immers een bezondere maach om kwoalen te genezen. Zo kos hij het vlek op het oug genezen. Zjei moes dan bai hem komen zitten terwail hij iet veurloes aut ene boek. En dan woort zjei genezen.
Beschrijving
Omdat Smikske de kracht had om kwaaltjes te genezen, geloofde men dat hij met de duivel omging. Wanneer Smikske iets had voorgelezen uit een boek, was de zieke genezen.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (borgloon)
525
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Smikske   
Naam Locatie in Tekst
Hoepertingen   
