Hoofdtekst
Te Nelis, ze kosten nooit geen jongens houden, ze gingen al dood ’t ene achter ’t ander, en ’t was een vent die dat aandei, en ’t was zelve (zelfs) familie, ’t was een schoonbroere. Den onderpastoor heeft gegaan. Z’hebben boeken en ze weten niet wuk dat ze lezen enè. Dat heeft bestaan, zeker.
Beschrijving
Bij een familie in Houtkerke stierven alle kinderen door toedoen van een schoonbroer die toverboeken bezat. Uiteindelijk is de onderpastoor naar die man geweest.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (franse grens)
415
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Houtkerke   
Plaats van Handelen
Houtkerke   
