Hoofdtekst
Daar kwam ene van Bommershoven van de keremis om 12 ure(n) 's nach(t)s; en op de stevig (= steenweg) hierboven kwam hem een omtegen. 'Dat is geen goei' dachter, maar he had ene stok in zijn han(den) en hij dach(t) in zijn eigen: 'ich houw h'r in h're nek!' Toen vroeg de vrouw hem: 'Wè wijd (= hoe ver) is het kamp van Beverlo?' Ze had al lang gegaan: 'ich ga mijne zoon zoeken, die zit in 't kamp van Beverlo.' - 'Daar zijt zje nog nie aan, zeiter, mè voleg de stevig maar altijd tot at zje doa op een grote plak (= plaats) komt - dat was Sint-Truiden - en doa vraag zje het dan nog maar eens.' Toen zal ze wel op h'r plak geraak(t) zijn, maar de man was bra blij (= zeer blij) dat er van h'r af was.
Onderwerp
SINSAG 0310F   
Beschrijving
Een man die omstreeks middernacht terugkwam van de kermis in Bommershoven, kwam op de steenweg een vrouw tegen. De man was bang voor de vrouw, maar hij dacht bij zichzelf dat hij de vrouw wel met zijn stok in de nek kon slaan. Daarop sprak de vrouw: "Is het kamp van Beverlo nog ver? Ik wil mijn zoon daar gaan zoeken." Daarop antwoordde de man dat ze de steenweg moest volgen tot in Sint-Truiden en dat ze dan nog maar ergens de weg moest vragen.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
94
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Widooie   
Plaats van Handelen
Beverlo   
Bommershoven   
Sint-Truiden   
