Hoofdtekst
bê Rêke was er oek wa, mo ik weit nemie wa; en ze zeide: di het doet, zal it vrôge da ze ni kan gebröke; en dô kam een vrouw en di vroeg een pêp; en di was d’heks.
Beschrijving
In Rekem had iemand voorspeld dat er een vrouw zou langskomen om iets te vragen dat ze niet kon gebruiken. Er kwam inderdaad een vrouw om een pijp vragen. Die vrouw was een heks.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (sint-truiden)
471
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zepperen   
Plaats van Handelen
Rekem   
