Hoofdtekst
Als ik nog thuis was kwam mijn moeder hare kozijn, die te veel in de boeken gelezen had ne keer bij ons. Maar ’s morgens stond ons “kerewiel” te midden van de vloer te draaien. En van stil te leggen was geen spraak. We deden dan de Augustijnen komen en die zeiden dat we moesten leizaad in de melk doen, dat de duivels ulder daar moe aan martelen. Als we dat nu gedaan hadden, viel het kerewiel stil en de duivels waren weg.
Onderwerp
SINSAG 0751 - Der Zauberlehrling.   
Beschrijving
Een man die teveel in de boeken had gelezen, kwam bij zijn nicht op bezoek. De volgende dag stelde die vrouw vast dat haar karrenwiel in het midden van haar huis stond. De mensen lieten de Augustijnen komen, die hen aanraadden om lijnzaad in de melk te doen. De duivels moesten dan alle korrels uit de melk halen. Toen men dat deed, viel het karrenwiel stil en waren alle duivels verdwenen.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.3 Toverboeken
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
432
Jeugd van de informant
memoraat
Naam Overig in Tekst
Augustijnen (Gent)   
Naam Locatie in Tekst
Zegelsem   
