Hoofdtekst
Rijke mensen waren daar gestorven? Ze hadden hun geld in putten gestoken. Als ze dood waren, kwamen ze nu ’s avonds late weer in de gedaante van een keerse om de mensen te togen waar ’t geld weggesteken zat. Dat vlammeke van de keerse danste nu ne keer hoge dan ne keer lege. Er waren mensen daar ne keer naar winktegen maar ze moesten dan zere binnen trekken en deure was nog niet heel toe, z’hoorden ne grote slag op de deure. ’s Morgens als ze buiten gingen was de deur al in bloed.
Onderwerp
SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran
  
SINSAG 0183 - Schatzfeuer zeigt die Stelle, wo der Schatz ruht.
  
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
Enkele rijke mensen die hun geld in een put hadden verborgen, waren gestorven. Na hun dood kwamen de mensen spoken in de gedaante van een kaars om de plaats te tonen waar het geld verborgen lag. Het vlammetje van de kaars danste nu eens omhoog en dan weer omlaag. Iemand die naar het vlammetje had gewenkt, liep daarna snel naar binnen. De deur was nog niet dicht, of men hoorde een luide slag. De volgende ochtend stelde men vast dat de deur helemaal bebloed was.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (zuiden)
18
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Marke   
