Hoofdtekst
Gerard Welmers wijst op een huis in de straat: "Dat is een huis van oorlogsslachtoffers. Daar woonde een echtpaar, en die vrouw was een Duitse. Ze was hier in 1937 of 1938 komen wonen, getrouwd met een Nederlandse man. Toen brak de oorlog uit, en toen de oorlog eenmaal was afgelopen, niet eens gelijk, maar in 1946, 1947, toen werd die vrouw steeds uitgescholden als ze zich op straat vertoonde. Dan werd ze bekogeld met tomaten en eieren. De lafaards uit de oorlog voelden zich nu weer helden. Dat hele gezin is eraan kapot gegaan. En wat kon dat mens eraan doen dat ze Duitse was? Ze hebben vier kinderen. Drie zijn er van aan de drank. Een vierde is professor geworden in Amsterdam, maar dat is ook een forse innemer. Die vrouw leeft nog steeds, maar durft nog altijd haar huis niet uit. Ze durft alleen nog weg met de taxi."
(Op 21 juni 2000 verteld te Utrecht)
(Op 21 juni 2000 verteld te Utrecht)
Beschrijving
Een Duitse vrouw trouwt voor de oorlog met een Nederlandse man. Na de oorlog wordt de vrouw door de mensen uit haar straat zo onheus bejegend, dat het hele gezin eronder lijdt. De vrouw durft nog altijd niet goed haar huis uit, tenzij met een taxi.
Bron
Op 21 juni 2000 verteld te Utrecht
Commentaar
21 juni 2000
Naam Overig in Tekst
Gerard Welmers   
Duitse   
Tweede Wereldoorlog   
Nederlands   
Naam Locatie in Tekst
Amsterdam   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
