Hoofdtekst
De geestelijken die kunnen van alles. Die hebben veel macht, maar mogen die alleen gebruiken in hoogste nood. Hier het pastoorke van Viersel dat heeft de wind eens doen draaien. Dat was toen hierachter het bos in brand stond, en daar stond een huis in en ze waren daar alles aan het buitendragen en toen kwam pastoorke bij en die zei: "Laat alles maar op zijn plaats" en toen het vuur bijna aan het huis was toen deed het pastoorke de wind draaien en het vuur brandde zo schoon langs het huis weg. De geestelijken kunnen veel.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Geestelijken beschikten over bijzondere krachten die ze alleen mochten gebruiken in noodgevallen. Zo heeft de pastoor van Viersel de wind doen draaien toen er een bosbrand woedde. Daardoor bleef het huis naast het bos gespaard.
Bron
A. Princen, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (tussen hasselt en beringen)
516
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zolder   
Plaats van Handelen
Viersel   
