Hoofdtekst
Vroeger hadden ze grote spiegels aan de schouw hangen. Van tijd vertelden de mensen van alles van de geburen en van tijd kalden ze kwaad van de ene of de andere. Ze zegden dan van tijd: 'Ik zou toch eens willen weten wie dat kwaad verteld heeft.' Daar was een mens die bij hem thuis voor de spiegel ging staan en hij zag hem gaan in zijn spiegel en hij wist zo wie kwaad verteld had. Maar de andere mensen die het wilden weten konden het niet zien.
Onderwerp
SINSAG 0688 - Der Zauberspiegel   
Beschrijving
Vroeger spraken de mensen vaak kwaad over elkaar. Een man die voor de spiegel bij de schoorsteen ging staan, kon in het glas het gezicht van de roddelaar zien. Andere mensen konden dat niet zien.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.2 Tovenaars
midden-limburgs
q
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
