Hoofdtekst
In Zammele(n), doa wandelde een grote vrouw, hoog tot in de woleken, met e dröpke (= borreltje) in e hand, op de straat en ze danste zo maar met dat dröpke in de loch (= lucht) 's avonds.
Beschrijving
In Zammelen liep een reuzin met een borreltje in haar hand en met haar hoofd hoog in de wolken.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
40
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Henis   
Plaats van Handelen
Zammelen   
