Hoofdtekst
I En die vertelde ook over de heksen en zo?24 Ja, maar dat, daar vertelde ze ook van, van heksen dat ge daar moet voor oppassen, want ’s nachts al ge opstaat en ge zoudt iets horen, dat zou kunnen een heks zijn en zo ergens iets. Maar toch zoveel niet, hoor. Toch zoveel niet. En dat dan ’s nachts iets in het hooi zat, omdat achter har waren landerijen, hé. "Ja, daar moet ge mee oppassen, want dat zou kunnen een heks zijn." Of wolven, hé.I Weerwolven?24 Weerwolven, of zo ergens iets. En daar maakte ze ook - wij waren maar kinderen, hé - maar ons maakte ze dan bang zo. En wij zeiden de halve tijd: "Het is precies een heks." Ja, hé. Of wij zeiden dan: "Zij speelt heks." Maar dan zaten wel ons ouders ertussen: "Maar ge moogt toch niet geloven wat die vrouw zegt." Ziet ge?
Beschrijving
Als de mensen 's nachts iets hoorden of iets in het hooi zagen zitten, geloofden ze vaak dat het een heks was.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (groot-riemst)
24C 371
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zichen-Zussen-Bolder   
