Hoofdtekst
‘k Was op dat hof en we hadden ons bezig gehouden, een spelleke gekaart of zoiets, tot rond ten tienen, en ’t was donker. En ‘k kwame naar huis. En als ‘k ’n ende gegaan had zeie ‘k ik: "Waar zitte ‘k ik nu!?" En ‘k ga en ‘k ga, en ‘k vinde mijnen weg niet meer. En ‘k blijve ‘k ik staan, en ‘k zegge: "’k Benne ‘k ik veel te verre!" want ’t was maar ’n honderd meters te gaan.En ‘k zage ommeddekeer ’n luchtje neffens mij. En ‘k volgde ‘k ik altijd dat luchtje. En dat ging altijd ’n paar meters voren ik - dat is dom zulle, ge verstaat er u niet aan - en achter ’n paar minuten was ik thuis.En dat is waar zulle!! Maar dat is ‘ne keer raar als ge verleerd zijt. Oh! ge hebt dat ommeddekeer vaste.
Beschrijving
Een man kwam omstreeks tien uur thuis van een boerderij waar hij was gaan kaarten. De man raakte verdwaald en zag plots een lichtje naast zich verschijnen. De man volgde het lichtje en kwam enkele minuten later thuis.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
144
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Kaster   
