Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

HSCHA0075_0076_45621

Een sage (mondeling), 2000

Hoofdtekst

B En dan nog, mijn schoonbroer, die had weggeweest en in een grote dreef kwam hem een kat tegen. En die kat, die bleef daar in die groef liggen, waar de paarden gereden hadden, de kar hé. En hij geeft die kat ne stamp. En 's anderendaags was die tovenaar er en die had een blauw oog. Ik: Ah, dat was ne man. F: Ja, ne man, dat was een legende van hier in de buurt. En die heb ik zijne naam: de Witte van Jaakes zeiden ze daartegen. Ik: Dat is zijne bijnaam. F: Ja, Bernaerts noemde die eigenlijk. Ik: En deed die kwaad? F: Nee, maar dat was toch gene goeie. Ik: Weet ge soms ook nog iets over plaatsen waar het spookte?

Onderwerp

SINSAG 0697 - Seele in Tiergestalt.    SINSAG 0697 - Seele in Tiergestalt.   

Beschrijving

Een man kwam in een dreef een kat tegen en schopte naar het dier. De volgende dag liep in het dorp een man met een blauw oog rond. Die man was een tovenaar.

Bron

H. Schallenbergh, Leuven, 2000

Commentaar

2.2 Tovenaars
antwerps (mechelen en omstreken)
13B
Schoonbroer van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Mechelen    Mechelen