Hoofdtekst
B En dan nog, mijn schoonbroer, die had weggeweest en in een grote dreef kwam hem een kat tegen. En die kat, die bleef daar in die groef liggen, waar de paarden gereden hadden, de kar hé. En hij geeft die kat ne stamp. En 's anderendaags was die tovenaar er en die had een blauw oog. Ik: Ah, dat was ne man. F: Ja, ne man, dat was een legende van hier in de buurt. En die heb ik zijne naam: de Witte van Jaakes zeiden ze daartegen. Ik: Dat is zijne bijnaam. F: Ja, Bernaerts noemde die eigenlijk. Ik: En deed die kwaad? F: Nee, maar dat was toch gene goeie. Ik: Weet ge soms ook nog iets over plaatsen waar het spookte?
Onderwerp
SINSAG 0697 - Seele in Tiergestalt.   
Beschrijving
Een man kwam in een dreef een kat tegen en schopte naar het dier. De volgende dag liep in het dorp een man met een blauw oog rond. Die man was een tovenaar.
Bron
H. Schallenbergh, Leuven, 2000
Commentaar
2.2 Tovenaars
antwerps (mechelen en omstreken)
13B
Schoonbroer van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mechelen   
