Hoofdtekst
Daar was een knecht, die weerwolfde en die stak zijn vel in een uitgeholde kopeik. Op een keer was die knecht weg en toen haalden de anderen dat vel en wilden het opbranden in de oven. Maar toen kwam die knecht afgelopen en toen ze dat vel in de oven gegooid hadden, sprong hij na de oven in.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Een knecht die voor weerwolf moest spelen, had zijn dierenvel verborgen in een holle eik. Toen de knecht weg was, wilden de anderen het vel verbranden in de oven. Zodra het dierenvel vuur vatte, sprong de knecht in de oven om zijn vel te redden.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.6 Weerwolven
midden-limburgs
b
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
