Hoofdtekst
Dwôllichskes zijn lichskes die dansen. Ich hâter es gezien obbe Hasseltse dreef. Vieje worre bê em pôr man. 'Do stit ien', zee pâ. Vieje wilden het vangen mor het dwôllichske sproenk het hôt in. Pâ wo terachtergon mor nen andere zee: 'Dji moet da ni dun. Das gevôrlijk' en hê begos te grinze.
Beschrijving
Dwaallichtjes waren lichtjes die dansten. Enkele mannen had zulke dwaallichtjes gezien op de Hasseltse Dreef. Toen iemand het lichtje wilde vangen, sprong het weg. De andere mannen beweerden dat het gevaarlijk was om dwaallichtjes te vangen.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (herk-de-stad)
40
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Stevoort   
Plaats van Handelen
Hasseltse Dreef   
