Hoofdtekst
En we gingen ne keer uit met drieën en ’t zegt één: "We gaan ten twaalven naar huis, ge gaat nog nooit zulke muziek gehoord hèn ip Vandecasteelens hof. Ik hè dat al dikkels gehoord." Goed, me gingen naar huis, en meziere (inderdaad) klokslag twaalve hoorden we daar de schoonste muziek en da deurde (duurde) bikans (bijna) een kart en ’t was wreed schone. En da was een vervloekinge die ip dat hof lag. In ’t begin was dat af en toe, later meer. En z’hèn naar de paters geweest en j’hèt gekomen voor te lezen. En j’hèt da kwaad weggedragen tot ip ’t verste van ’t stik. En dien boer mocht nooit nie meer werken ip da stik achter (na) zunsondergang, anders ging het werekome. Maar ’t ging toch ne keer werekomen van ’t naasde (naderen) alle jaren ne stap. En j’hèt daar nie meer ip gewerkt ton en ’t is nie meer gebeurd. Maar andere mensen mochten d’r ip werken.
Beschrijving
Drie mannen gingen samen op stap. Op zeker ogenblik sprak één van de mannen: "We gaan om middernacht naar huis. Jullie zullen nog nooit zulke mooie muziek hebben gehoord als die je dan zal horen". Om klokslag twaalf uur hoorde het drietal inderdaad prachtige muziek die bijna een kwartier aanhield. De muziek kwam van een vervloekte boerderij. Men heeft de paters laten komen om die boerderij te overlezen en om het kwaad te verbannen naar de rand van het veld. Na zonsondergang mocht de boer niet meer op dat veld werken, want anders zou het kwaad weerkeren. Het kwaad kwam jaarlijks een stap dichterbij.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (o van houtland)
104
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Wingene   
