Hoofdtekst
’t Woren er dor in van Staân, Westrozebeke, Passchendale ook van ’t Torhoutsche. Bakelandt e begunnen met e klenigheid te pakken otten poester wos. Heel de streke wos oenveilig. Bakelandt wos e barbaar. Geen genade! Inbreken! Z’an zieder van olles mee om binnen te breken: brandijzers en dingen om de menschen te pijnigen. Heel de streke wos dor ol even benauwd van. Ol die dor oender de bende woren, leefden van de buut. Z’an zider dor e goed leven. Z’an dor bier, wijn. Z’hielden zieder dor feesten. Dat wos juuste e klene bevolkinge up ulder eigen.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De bende van Bakelandt bestond uit rovers van Staden, Westrozebeke, Passendale en Torhout. Bakelandt gedroeg zich als een barbaar die geen genade kende. De rovers hadden allerlei voorwerpen bij zich om inbraken te plegen en mensen te folteren. Iedereen was bang voor de bende van Bakelandt. De rovers zelf leidden een liederlijk leven door al hun diefstallen. Ze hielden vaak feesten waarbij bier en wijn rijkelijk vloeiden.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
28I
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Klerken   
Plaats van Handelen
Staden   
Westrozebeke   
Torhout   
Passendale   
