Hoofdtekst
Ik heb nog horen vertellen dat er hier een paard liep ’s nachts rond de weide met een vent erop en dat er niemand meer durfde passeren op de route. Dat heeft een tijd geduurd en er heeft niemand durven gaan kijken. De mensen zeien dat dat een geest was, een tovenaar die te paarde reed. En al met een keer dat was gedaan en de mensen durfden daar weer passeren.
Beschrijving
In een weide in Nieuwkerke vertoefde 's nachts een tovenaar die rondreed op zijn paard. Omdat de mensen geloofden dat het een geest was, durfden ze niet meer voorbij die weide te wandelen.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
12
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nieuwkerke   
Plaats van Handelen
Nieuwkerke   
