Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

STOP0314_0314_21537

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

En je wos toen e keer in Staân, in d’herberge "’t Motje". En de minschen die dor woren, woren doende te klappen van Bakelandt: "En ‘k zoene ‘k ik Bakelandt olhier", zein de menschen, "en ‘k zoene’k ik dat, en dat zoe met mij niet gebeuren." En Bakelandt wos dor zelve in here gekleed bij de minschen. En ze woren ’s anderndaags bestolen van hem. En ’t wos dor vele vrovolk bij wè in Bakelandts bende. ’t Woren dor twee vrominschen bij van Ardooie en e Busschaert van Leêgem.

Onderwerp

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

In herberg ''t Motje in Staden zaten enkele mensen stoer te vertellen wat ze zouden doen als ze ooit met Bakelandt werden geconfronteerd. De mensen wisten echter niet dat Bakelandt gekleed als een heer in die herberg zat te luisteren. De volgende dag werden die mensen bestolen door de bende van Bakelandt.
Bij de bende waren ook twee vrouwen uit Ardooie en een man uit Ledegem.

Bron

S. Top, Leuven, 1964

Commentaar

4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
191D
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Busschaert
Bakelandt

't Motje (Staden)    't Motje (Staden)   

Motje ('t) (Staden)    Motje ('t) (Staden)   

Bakelandt (bende van)    Bakelandt (bende van)   

bende van Bakelandt    bende van Bakelandt   

Naam Locatie in Tekst

Hooglede    Hooglede