Hoofdtekst
We han een kiend die alle nachten zoeo bevreeds was. ’t Zag beesten en minsen met messen roendloeopen. We giengen noa de poater die het belas en ’t is gebeterd. Oet ne binnenkwam bij ons zag ne direct welk kind het was.
Beschrijving
Een kind zag iedere nacht beesten en mensen met messen rondlopen. Nadat het kind door een pater was overlezen, genas het. Toen de pater binnenkwam, wist hij onmiddellijk om welk kind het ging.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
west-vlaams (tielt en izegem)
393
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Baafs-Vijve   
