Hoofdtekst
Twee vrouwen kwamen hier af, de moeder en de dochter, ze woonden 'in de Boulevard' dat was ene café iet wij(d)er op. Opeens hoorden ze e pjaad in galop opkomen a(ch)ter hen. 's Avonds was dat weet zje wel, maar in de wintertijd loop(t) e pjaad normaal toch nie in de wei, wor! En da pjaad ging door. Zij gingen ook door. Toen hoorden ze weer opnieuw 'tap, tap, tap...' en ze zagen het pjaad in 't boske lopen. Wei ze bekans thuis waren hoorden ze niks as kraken in de bos. 's Anderendaags gingen ze kieke, mè ze zagen niks! Dat was een hels pjaad weet zje wel, iet kood! (= iets kwaads).
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Twee vrouwen uit café 'in de Boulevard' hoorden een paard in razendsnelle vaart door de weide lopen. Wat verderop liep het paard door het bos. Hoewel de vrouwen later op de avond nog gekraak in het bos hoorden, was er niets meer te zien. Het moet een paard uit de hel zijn geweest.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
362
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Boulevard (in de) (café)   
in de Boulevard (café)   
Naam Locatie in Tekst
's Heerenelderen   
