Hoofdtekst
D’r waren ne keer drie duivels van jongens, ten tijde dat ‘k ik nog naar schole ginge. Ze staken ne keer de deure van de kerke open en ze riepen "Whoe". Den onderpaster die juiste in de kerke was pakte d’r een van en zette hem op zijn knieën. Zijn maten riepen naar hem: "Kom, loop weg". Maar hij koste niet en moste wachten totdat den onderpaster hem liet opstaan. Ja, de pasters kosten vroeger vele. Als d’r entwien geld gepakt was, kosten ze zeggen waar dat ’t zat en ’t doen werekeren. D’r was alzo ne keer nen getrouwde vent en een vrouwmens van alhier gevlucht naar Oostende en de paster deed ze werekeren.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
SINSAG 0666 - Zauberer bannt an den Ort.   
Beschrijving
Drie schelmen gooiden de deur van de kerk open en riepen: "Woe!" De onderpastoor die op dat ogenblik in de kerk was, dwong één van de jongens te knielen. "Loop toch weg!" riepen de anderen, maar de jongen kon pas weer opstaan als de geestelijke hem daarvoor de toestemming gaf.
Pastoors konden vroeger ook gestolen geld doen terugkeren.
Toen een getrouwde vrouw haar echtgenoot had verlaten en naar Oostende was gevlucht, dwong de pastoor haar terug te keren.
Pastoors konden vroeger ook gestolen geld doen terugkeren.
Toen een getrouwde vrouw haar echtgenoot had verlaten en naar Oostende was gevlucht, dwong de pastoor haar terug te keren.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (houtland)
587
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Koekelare   
Plaats van Handelen
Oostende   
