Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI0866_0867_32383

Een sage (mondeling), 1998-11-8 1998-11-8 (foutieve datum)

Hoofdtekst

I -En d’er is ook nog iets anders dat de maar heet, zo iets dat op u kruipt ‘s nachts en dat ge geen asem meer kunt halen. Weet ge daar de naam van of hoe wordt dat genoemd?39 F -Wel, dat is dat ze u komen betoveren, ik heb dat ook nog geweten ze.I -En wat was dat? Was dat ...39 -Wel ja, ge voelt iet hé, maar ge weet niet wat het is, dat is de toverderije . Ik heb mijn moeder dat nog horen zeggen dat ze dat voorgehad ôt (had).I -En wat moest ge daar thuns (dan) tegen doen?39 -Wat moest ge daar tegen doen? Ah, wachten totdat ge eruitschoot hé, dingsken! En lezen (bidden) deden de mensen hé. I -Maar waren daar zo geen remedies tegen hebt ge daar zo niets van horen vertellen?39 -Maar ze gingen zij gaan lezen (bidden), allemaal gaan beevaarden hé daarvoor, voor allemaal zo’n dingen. I -Want er zijn mensen die mij gezegd hebben dat ge uw klompen en sletsen (pantoffels) moest kruis ...39 -Ja, aan uw bed moet ge ze anders zetten.D39 -En nooit uw sletsen niet zetten altijd verzetten dat ge er azo kost instappen ‘s morgens in uw sletsen.39 -Ja. Ge moogt ze nooit niet zetten gelijk dat ge ze uitdoet hé dingsken, ge moet ze draaien. Dat de uitgang naar uw bed staat. Verstaat ge ‘t? Ge moet ze omkeren hé.

Onderwerp

SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten    SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   

Beschrijving

Soms werden de mensen ’s nachts door de maar bereden, waardoor ze niet meer konden ademen en het gevoel hadden dat er iets op hen zat. Om zichzelf tegen de maar te beschermen, moest men zijn pantoffels met de punten naar het bed gericht zetten.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
39F
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Strijpen    Strijpen