Hoofdtekst
Van entwiene die ’t gehoeord hèt van zien voader. Je gienk te vrijen in Turkien en ze zoaten achter hem. De volgende zundag dei ne ziene hoend mee an een koeorde. Een bitje verder was ne ommegesnakt van ziene hoend en deur de moze (modder) en ’t water geslipt een heel ende verre. Achter de Dentergemse kassei, tussen de “Mane” en den “Eerden Meulen” kwam er olmetnekeer een muziek of en je was vastgepakt om te dansen, bie dat ne wilde of niet. Je danste dat ne zwitte en je hienk ziene frak an nen himstehut (hut= struik, himst of hemst= plant “althoea officinalis” Westvl. Id. bladz. 421). Olmetnekeer was ’t muziek weg. Van met dat ne utgeskid had met dansen, was er geen zweet ne meer te zien an hem. Oet ne ’s nuchtends ipstond was ne benauwd voe zien kleren. Mo oet ne keek was er niet an zien kleren. Geen plekske, je had pertank deur ’t water en de moze geslipt gewist.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een man die in Turkien (?) zijn vriendin ging opzoeken, had de indruk dat hij achtervolgd werd. De volgende zondag nam de man zijn hond mee. Plots werd de man door zijn hond omvergetrokken en door de modder gesleurd. Voorbij de Dentergemse kassei (?) tussen de Mane en de Eerden meulen, hoorde de man muziek en werd hij door iets vastgegrepen en gedwongen te dansen. De man hing zijn jas aan een tak en danste tot hij helemaal bezweet was. Plots was de muziek niet meer te horen. Zodra de man was opgehouden met dansen, was op zijn lichaam geen zweetdruppel meer te zien. De volgende ochtend stelde de man tot zijn grote verbazing vast dat er geen enkel vlekje op zijn kleren was, hoewel hij helemaal door de modder was gesleurd.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
73
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oostrozebeke   
Plaats van Handelen
Dentergemse kassei   
Mane   
Turkien (?)   
Eerden meulen   
