Hoofdtekst
Up ’t Verbrande wos er e Duutschge schaper. Zo’t wos Klerkenkermesse en ’t moste e deel rugge geboenden zijn. En zegt dat volk tegen de Duutschge schaper: "Oj etwot kut, doet etwot want ’t is Klerkenkermesse." "Wè", zegten tegen dat volk, "je moet gieder julder dor ollemale nereleggen up den eersten schoof en je meugt niet kijken." En de poester, de koeiwachter zoe me zeggen, wos er ook bij en otten hij gildig holf weg wos, die joengen koste dat niet meer lien enee, enne keek. En d’andre woren ol geboenden mor de zijne niet want van otten gekeken hadde, die duvels die ze boenden woren ol weg. ’t Wos holf weg.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Op 't Verbrande werkte een Duitse schaper. Toen er kermis was in Klerken, moesten de werklieden de rogge bijeenbinden. Ze spraken tot de schaapherder: "Als je iets kunt, doe dan iets, want het is kermis in Klerken". De schaapherder vroeg de mensen om op de eerste schoof te gaan liggen zonder te kijken. De koewachter keek echter toch. Even later was al het werk gedaan, behalve het gedeelte van de koewachter die had gekeken.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (vrijbos)
160H
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duitse schaper   
Naam Locatie in Tekst
Zarren   
Plaats van Handelen
Klerken   
