Hoofdtekst
Wagen geraakt niet vooruit.Een beetse naardien, zit ie daar ezo in ne kant, keneeneten te doene. Ze waren bezig mee vlas te ladene, uit 'n mijte, waar, die verkocht was. En ze moesten verzetten en eer dan ze verzettegen, schonkt de boerinne, maar z' en ha'n Peetse geen druppel prezenteerd, die daar gèskanten zat te snijen, waar. Den bouver zei "ju", maarre, de peerden stonden te trampelen en te doene, ze geraaktegen nie voort. En den baas riep naar den bouvere, waar, "ou". En ie zei tegen de bazinne: "Schinkt nog ne keer, en geeft, presenteert Peetse ook een, ze zillen wel voort geraken". En ja, z' schonkt zij nog 'n keer, waar è, en ze riep naar Peetse, of dat ie ook enen wildege. "E ba ja 'k, mee groot plezier", zeidt ie. En ie dronk hij enen, ewaar, en ze zei'n zulder tenden de rote "ju", en de peerden gingen op ilder gemak voort. En dawas Peetse, 'tzelfde Peetse die ip de kasseiriggel lag.
Onderwerp
SINSAG 0666 - Zauberer bannt an den Ort.   
Beschrijving
Een man die over bijzondere krachten beschikte, zat aan de kant van de weg gras voor zijn konijnen te snijden. De man zag hoe enkele boeren vlas in een kar aan het laden waren. De boerin gaf die mensen een borrel, maar ze bood de tovenaar niets aan. Toen de paardenknecht even later met de kar wilde vertrekken, geraakten de paarden niet voort. Iemand riep naar de boerin: "Schenk de glazen nog eens vol en geef die man daar ook iets!" Toen de boerin dat had gedaan, konden de paarden moeiteloos voort.
Bron
A. Desmyter, Gent, 1955
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (zuiden: bevere en oudenaarde)
115
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bevere   
