Hoofdtekst
En als onze pa zo werken ging en als ze dan onder hunnen waren, hier kwamen die van Diepenbeek dan ook, misschien vijftig man, allemaal naar de put hè. En dan vertelde de ene dit en de andere dat. 'Ja, jong', zegden ze dan, 'dat heb ik klaar met mijn ogen gezien', zegden ze dan en die mensen leven ook nog. Mina die vrijde wel met de broer van Tante Martha. Zjang ging met Mina hè en Teng ging met haar want dat waren twee gebroers en dan mochten ze dan eens naar de moeder gaan van C. Mina. 'Zijt gij sjouw van dat vrouwmens', zegden ze dan. 'Jaja.' En alleman was sjouw van die en daar was geen één mens die, eh, alleman had bang van dat mens. En van C. Mina waren hier ook veel mensen bang, maar daar heb ik nooit geen bang van gehad, nooit niet!
Beschrijving
Iedereen was bang voor de heks Mina C. en haar moeder.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.1 Heksen
midden-limburgs
l
Vader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Mina C.   
Naam Locatie in Tekst
Genk   
