Hoofdtekst
Daar waren es twee mannen die waren uchteren gegangen in Holland. Toen ze heivers gongen, kwamen ze een brug over waarvan ze zeggen dat het er vroeger spookte en die over een beek liep. En op de leun sting een kanneke op . En ein van de twee zagt: 'Wat staat dat hier, ich houw het er vanaf.' 'Neen', zagt de andere, 'laat het maar stil stoan.' Ze gingen wat verder maar toen ging de ierste terug en sloeg het kanneke van de brug af. En de andere zei toen: 'Als dich dat nog maar goed gaat.' En ze waren nog niet goed in bed of 'tup, tup'. En toen stond het kanneke veur de deur. En ze zijn nooit meer langs die brug gegangen. Hij schijnt trouwens dat er daar vaak van die dingen gebeuren.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Twee mannen die 's avonds terugkwamen uit Nederland, wandelden over een brug. Op de leuning van de brug stond een kannetje. Eén van de mannen zei: "Waarom staat dat kannetje daar nu? Ik sla het eraf!", waarop zijn vriend antwoordde: "Neen, doe dat maar niet!" De man wilde echter niet luisteren en sloeg het kannetje van de leuning. Toen de mannen net in hun bed lagen, stond het kannetje voor hun deur. De mannen zijn nooit meer langs die brug naar huis gekomen.
Bron
T. Daniëls, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (weert en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kessenich   
Plaats van Handelen
Nederland   
