Hoofdtekst
Ich höb dèk hure vertèlle van minse. Dan keme (kwamen) ze in de bos en dan zoege ze in eine kier van die dansende leechskes. Dat zien glimworme, maa ziej meinde dat dat dwaalleechte wuore en dae dan dorsj duorguon dae kaem in e moeras terech. Dat waas de werkelike waorheid, want aste dors (durfde) duorguon dan keemsten (kwaamt ge) ouch in e moeras. Die dwaalleechskes verwittigden hun dan, dan wiste ze dat ze verkierd wuore.
Beschrijving
Enkele mensen kwamen in het bos dansende lichtjes tegen. Die lichtjes waren glimwormpjes, maar de mensen geloofden dat het dwaallichtjes waren. De lichtjes waarschuwden de mensen dat ze bij een moeras kwamen.
Bron
J. Venken, Leuven, 1968
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (maasvallei)
37
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eisden   

