Hoofdtekst
En als de mensen aan een viersprong kwamen en als ze daar een zwarte hen zagen zitten, dan was dat toverij. En plots zaten er op een nacht een miljoen mussen op de zolder, en ge mocht er naar slaan, ze vlogen van het één naar het ander. Riekies Sulie is dat tegengekomen (echte naam is onbekend). En die had eens zijn tanden uitgelegd om niet van de mare gereden te worden, en hij lag met een stuk in zijn voeten in het stro en hij had ze op de kant van de venstergreite (vensterspeet) gelegd. En er was daar een kalf gekomen, en dat kalf had die tanden opgegeten.
Beschrijving
Als de mensen bij een kruispunt een zwarte hen zagen zitten, dan geloofden ze dat het iets met toverij te maken had. Op een boerderij zaten op een nacht een miljoen mussen op de zolder. Als men naar de vogels sloeg, dan vlogen ze in het rond. Die man had op een avond zijn tanden uitgedaan om niet door de mare te worden bereden. Hij had de tanden op de vensterspeet (vensterbank?) gelegd. ’s Nachts was daar een kalf verschenen, dat de tanden had opgegeten.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (zuiden)
128C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nederzwalm   
