Hoofdtekst
Hier in Essche was er ook een huis waar dat ’t spooktegen alle nachsten en ’t er was enen die zei: “’k zal ‘k ik mijne nacht daar ne keer doorbrengen, en ik zal koeken bakken. En mee ne keer hoordegen hij lawaait en hij zei: “Kom maar af, aske maar in mijnen deeg niet en valt !” En ’t er kwamp een vrouwe af en hij ranseldegen ze af; en mee den anderen kwamen er ne helen hoop af, en hij had ze allemaal afgeranseld. En ’s anderdaags en was geen een ouwe vrouwe die geen merkteken en had!
Beschrijving
In Essche stond een huis waar het iedere nacht spookte. Een dappere man besloot de nacht door te brengen in dat huis. Toen de man daar koeken aan het bakken was, hoorde hij plots lawaai en zei: “Kom naar, kom maar, zolang je niet in mijn deeg valt!” Even later verscheen er een vrouw die door de man werd afgeranseld. Daarna verschenen er nog tal van andere vrouwen. De volgende dag was er in het dorp geen enkele oude vrouw die geen littekens aan de afranseling had overgehouden.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
502
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Lievens-Esse   
Plaats van Handelen
Essche   
