Hoofdtekst
Mijn peter was nen houthandelare, en tenden zijne koer had ie vele bomen liggen. En ’s navens, os ’t volk weg was, hoorden z’oltijd zuchten en klagen en ketens rammelen. Ze zijn der naartoe gegaan en z’hên ’n messe beloofd. Ze peisden da ‘t ’n zielke was. ’t Was gedaan en z’hên nooi nie meer g’hoord.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een houthandelaar hoorde 's nachts altijd een gezucht en geklaag en het gerammel van kettingen. Omdat de man geloofde dat het een zieltje was, beloofde hij een mis te laten doen. Sindsdien heeft de houthandelaar geen vreemde geluiden meer gehoord.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (menen en omstreken)
139
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bissegem   
