Hoofdtekst
De boer ’s navonds, ze zaten an tafel. En dinge, Bakelandt, loerde olles of deur ’t sleutergat en o z’ollemale goed en wel in ulder bedde woren, otten peinsde dat ze sliepen, je kwam binnen met e vols slot en de boer moste zeggen wor dat zijn geld zat. En omdatten ’t niet wilde zeggen, ze boenden zijn voeten an mekander en ze makten vier en ze staken ’t platte van zijn voeten in ’t vier uut gedwoengenheid datten ging zeggen wor dat ’t zat. De boer zi olglijk wor dat zijn geld zat. En ze gingen zieder dor weg met de boers zijn latsten sou en die boer zat dor heel verbrand.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Op een avond pleegde de bende van Bakelandt door middel van een vals slot (?) een inbraak op een boerderij. De boer werd gedwongen te vertellen waar zijn geld verborgen lag. Omdat de boer weigerde, werd hij met zijn voeten in het vuur gehouden, tot hij wilde spreken. De rovers gingen aan de haal met de laatste spaarcenten van de boer en lieten de arme man met verbrande voeten achter.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
129D
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Woumen   
