Hoofdtekst
rond 1890 droegen de mensen een kiel; en als ze ’s nachts thuiskwamen, hadden ze vaak zo ne schrik dat het zweet hun uitbrak; dat noemden ze "de môr"; en als het over was, was hun kiel gans in kleine stukjes gesneden en viel hij kapot.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Omstreeks 1890 droegen de mensen een kiel. Wanneer de mensen door de maar werden geplaagd, waren ze zo bang dat het zweet hen uitbrak. Wanneer de maar was verdwenen, viel de kiel in kleine stukjes op de grond.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (sint-truiden)
137
Omstreeks 1890
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Binderveld   
